Stop UMTS angst!

Gemeentelijke instellingen gaan onterecht mee in de niet op feiten gebaseerde uitingen en bezorgdheid van bewoners. De tegenwerking van UMTS is gebaseerd op angst. Gemeente zou geen steun mogen geven aan deze UMTS angst en de Nederlandse overheid zal tegen dit wanbeleid in moeten grijpen!

woensdag, april 19, 2006

Stralen tussen de oren

Stralen tussen de oren

(bron) de Volkskrant, 29 januari 2005 (pagina K1)

Door Marc van den Broek en Michael Persson

Iedereen heeft een mobiele telefoon en toch verschijnt studie na studie over de vraag of draagbaar bellen gevaarlijk is. Dat blijkt nergens uit. Maar geen autoriteit die dat hardop durft te zeggen. Je weet immers maar nooit.

© de Volkskrant/Kim Raad, Het elektromagnetisch spectrum

Golven en pulsen

Straling en golven:

ze klinken gevaarlijk, maar zijn heel natuurlijk. Ook de zon zendt ze uit, maar dan in de vorm van licht en uv-straling.

Radio, televisie, radar, röntgenapparaten, afstandsbediening en magnetrons maken ook gebruik van deze schommelende energiepakketjes, fotonen. Mobiele telefoon eveneens.

Het verschil in deze toepassingen van elektromagnetische straling is de frequentie van de schommelingen, uitgedrukt in hertz (Hz). Hoogspanningskabels stralen vijftig golven per seconde uit, röntgenapparaten een triljard. Hoe hoger die frequentie, hoe hoger de energie van zo'n trillend energiepakketje.

Sommige soorten straling hebben genoeg energie om het dna in cellen te beschadigen. Dat kan bij mensen tot kanker leiden. Voorwaarde is dat een trillend foton in zijn eentje genoeg energie heeft om een elektron van een atoomkern weg te ketsen, waardoor geladen deeltjes (ionen) ontstaan. Het kan worden vergeleken met het maken van een gat in een muur: een kogel komt er wel doorheen, maar een veertje niet, en duizend veertjes ook niet. Samen sterk bestaat niet, in dit geval.

Dus zijn er twee soorten straling: veertjes en kogels. Alle straling met lage trilfrequenties, tot en met het zichtbare licht, bestaat uit veertjes, en wordt niet-ioniserend genoemd. Pas daarna, bij de uv-, röntgen en gammastraling, worden de golven ioniserend, en potentieel kankerverwekkend.

De radiogolven die door mobiele telefoons worden uitgezonden, met een frequentie van negenhonderd megahertz, vallen onder de niet-ioniserende straling, en kunnen dus geen atomen in stukken breken. Wel kunnen ze atomen in trilling brengen.

Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in een warmer wordend oor. Om die reden mogen Europese mobiele telefoons niet meer dan één watt warmte per kilo oor genereren, de zogeheten SAR (specific absorption rate). Dat levert volgens onderzoek van het Universitair Medisch Centrum in Utrecht een temperatuurstijging van 0,12 graden op.

Dus richt het onderzoek naar risico's van mobiele telefoons zich sinds kort op 'niet thermische' effecten. De Wereldgezondheidsorganisatie en de Europese Commissie noemen met name de 'pulsen' als potentieel gevaar. Om energie te sparen worden gsmgolven een aantal keer per seconde onderbroken, en dat vertaalt zich ook in een 'frequentie' - precies het soort frequenties waar het lichaam gevoelig voor is. De pulsfrequentie is echter geen elektromagnetische trilling, maar een knop die een aantal keren per seconde wordt omgezet. In het laatste rapport van de Gezondheidsraad is expliciet beschreven dat pulsen daarom geen biologische effecten kunnen hebben.

In 1839 trokken de locomotieven de Arend en de Snelheid de eerste trein van Amsterdam naar Haarlem. Veertig kilometer per uur haalde het gevaarte, een technologische doorbraak van formaat in de eerste helft van de 19de eeuw.

Verzet was onvermijdelijk. Dokters waarschuwden reizigers dat hersenziektes op de loer lagen, want voortbewegen op een dergelijke hoge snelheid kon niet goed zijn. Het gevaar te stikken was groot. En om de hysterie totaal te maken: boeren vreesden dat koeien uit de buurt van de spoorlijn zure melk zouden geven.

De angst voor hersenziektes komt ook om de hoek kijken bij de technologische doorbraak van het einde van de 20ste eeuw, de mobiele telefoon. Het effect van deze techniek is te vergelijken met de komst van de trein 165 jaar geleden, die in de loop der tijd is uitgegroeid tot massavervoermiddel. In de jaren negentig liepen alleen geprivilegieerden op straat te bellen, nu is bijna iedereen overal telefonisch bereikbaar.

In Nederland circuleren meer dan dertien miljoen handtelefoons, slechts zeventien procent van de Nederlanders heeft er geen.

Anders dan in de tijd van de introductie van de trein is er volop de gelegenheid om onderzoek te doen naar de mogelijke gevaren van de elektronische nieuwkomer. En dat is gebeurd. Onderzoeken naar de effecten van de radiogolven uit de mobiele techniek, stapelen zich op in een dossier waarin meningen en bevindingen elkaar tegenspreken.

Voorzorgprincipe De meest recente opwinding over het gevaar van de mobiele telefoon kwam van de Britse National Radiological Protection Board (NRPB). Voorzitter prof. William Stewart adviseerde eerder deze maand ouders hun kroost onder de acht niet mobiel te laten bellen. Kinderen tussen de acht en veertien moeten alleen bellen als het niet anders kan.

Bewijzen dat de hersentjes van kinderen een opdoffer krijgen van de straling van de telefoontjes, hebben de Britten niet. De NRPB redeneerde dat niet uitgesloten kan worden dat kinderen schade ondervinden. Ze hebben een dunner schedeltje en zijn gevoeliger dan volwassen.

Dan geldt het voorzorgprincipe. De NRPB stelde dat mobiele telefonie een nieuwe techniek is en dat niet kan worden uitgesloten dat er in de toekomst problemen komen. 'Er is meer onderzoek nodig', zegt Stewart in de Britse krant The Guardian van 12 januari.

Op deze wijze blijft er tot in lengte der dagen een geur van gevaar hangen rond het gebruik van de mobi. Tegenstanders zeggen dat de techniek niet helemaal veilig is, want er moet immers nog onderzoek plaatsvinden. Tegelijkertijd zeggen veel onderzoekers dat er geen redenen zijn de mobiele telefoon niet te gebruiken.

De Gezondheidsraad zit in deze spagaat. 'Onze houding heeft iets tegenstrijdigs', erkent dr. Eric van Rongen. Hij is secretaris van de commissie die de regering adviseert over de gevaren van elektromagnetische straling. 'Je kunt er niet omheen dat er vragen liggen. De onrust in de samenleving is onze drijfveer. Over de langetermijneffecten op hersenen is niks bekend. Maar met de kennis van nu is er geen reden voor zorgen.'

De onzekerheid over de effecten op de lange duur is niet vreemd, want de telefoons zijn pas een jaar of tien op de markt en pas de laatste jaren worden ze massaal gebruikt. 'We weten iets over langetermijneffecten van mensen die wonen bij een tv-zender en van militairen die werken met radar. Die zijn er niet. Maar telefonie is toch weer iets anders', zegt Van Rongen.

De Engelse socioloog dr. Adam Burgess, verbonden aan de Universiteit van Kent, kent deze wijze van redeneren. De overheid en gezondheidsorganisaties hebben de angst voor mobiele telefoons aangewakkerd, schrijft hij in zijn boek Cellulair Phones, Public Fears and a Culture of Precaution.

Burgess voert de voorzichtigheid van Britse overheidsinstanties terug op de gekke koeiencrisis in de jaren negentig. 'De les die toen is geleerd is: nooit een risico onderschatten, hoe onwaarschijnlijk dat ook is.' Stewart, die waarschuwde voor het gebruik van mobiele telefoon door kinderen, was tussen 1990 en 1995 wetenschappelijk adviseur van de regering die de BSE-kwestie heeft genegeerd.

Burgess verwacht dat de overheid voorzichtiger wordt. 'Als het publiek zich zorgen maakt, maken de autoriteiten zich ook zorgen. Op die manier legitimeren ze zich.'

Het is ironisch, merkt hij op, want bijna iedereen belt mobiel en maakt zich niet al te druk om gevaren. 'Desondanks komt er geen wetenschappelijk eureka-moment waarna we kunnen zeggen dat mobiele telefoons veilig zijn. De mythe over het gevaar blijft voortleven zolang de autoriteiten de onzekerheid laten bestaan.'

Radioloog prof. dr. Jan Lagendijk, verbonden aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht, begrijpt de verzuchting van Burgess al te goed. Hij heeft gemeten aan mobiele telefoons. Hij is ervan overtuigd dat de straling van de mobiele telefoon geen schade kan opleveren en dat op grond van fysische uitgangspunten zoals die al honderd jaar geleden zijn geformuleerd. Magnetron 'Er zijn meer toepassingen gekomen van elektromagnetische straling in het leven van alledag', zegt Lagendijk. 'Maar dat wil niet zeggen dat de belasting is toegenomen. Er wordt gebruik gemaakt van verfijndere technieken, waardoor de belasting zelfs daalt.'

Niet dat Lagendijk wakker ligt van straling die op hem af komt. 'De hoogste belasting komt van de mobiele telefoon zelf, niet van de duizenden telefoonzenders die op daken en andere hoge punten staan te zenden.

'Die straling valt te vergelijken met wat de tv-zender Lopik in Utrecht geeft. De telefoon houd je tegen het oor en dan is de belasting voor het lichaam naar verhouding groot.'

Het belangrijkste effect van de telefoon is opwarming, net als een magnetron water aan de kook kan brengen. De magnetron stuurt achthonderd watt naar het water, bij de telefoon is het vermogen gemiddeld 0,25 watt.

Lagendijk is aan het meten geslagen en wilde weten wat de telefoon doet op de hersenen. 'Ik kwam uit op een temperatuurstijging van maximaal 0,12 graad. Dat valt mee, De temperatuur van de hersenen is 37 graden en pas bij ruim 42 graden komen er grote problemen.' Een dagje in de felle zon doet meer.

De laatste tijd gaat de aandacht uit naar andere effecten in het hoofd, zoals het ontstaan van tumoren. Bij deze geopperde schadelijke werking kan Lagendijk zich niets voorstellen. 'De straling van de mobiele telefonie heeft niet genoeg energie om cellen kapot te maken, zo simpel is het.'

Maar toch verschijnen er keer op keer meldingen van kanker in het hoofdgebied die in verband wordt gebracht met het gebruik van de mobiele telefoon. Onder leiding van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO loopt het onderzoek Interphone om duidelijk te krijgen of mensen die mobiel bellen, vaker kanker krijgen.

De opzet is in de dertien deelnemende landen mensen op te sporen die kankergezwellen in het hoofd hebben. Hun gebruik van de mobiele telefoon wordt vergeleken met een groep personen die het gezwel niet hebben. 'Het is het grootste onderzoek ooit', zegt epidemioloog Lesley Richardson van het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) in Lyon, een onderdeel van de WHO. 'We gaan achtduizend gevallen van de zeldzame vormen van kanker onderzoeken in een aantal landen. Zoiets heeft grote zeggingskracht.'

De studies uit Zweden en Denemarken zijn gereed en deels gepubliceerd, waarbij de nadruk ligt op een goedaardig gezwel bij de gehoorszenuw (akoestische neuroom). De Deense studie zag geen verband, de Zweedse wel. Mensen die langer dan tien jaar mobiel hebben gebeld, zouden een bijna vier keer grotere kans hebben op een tumor in het oorgebied.

De Zweden hadden 138 patiënten met een neuroom opgespoord, van wie er 89 regelmatig mobiel belden. Veertien deden dat al langer dan tien jaar en zij werden vergeleken met 29 langdurige bellers zonder tumor. De aantallen zijn te gering om verregaande conclusies te trekken. Bovendien was er tien jaar geleden een andere telefoontechniek in gebruik die met veel hogere vermogens werkte dan de huidige gsm.

Cellen Het IARC heeft alle gegevens binnen en presenteert de resultaten voor de zomer. Over de uitkomst laat Richardson niets los. 'Het is lastig onderzoek waaruit het moeilijk is om conclusies te trekken.'

Hoogleraar milieukunde prof. dr. Lucas Reijnders die de literatuur over mobiele telefonie bijhoudt, meent dat uit dit soort studies valt af te leiden dat er een gevaar is met de mobiele telefoon. 'De straling zelf kan de cellen niet beschadigen, maar mogelijk ontstaan er daardoor reactieve verbindingen die op hun beurt de cel beschadigen. Er is onderzoek waaruit dit blijkt, maar hoe dat kan, dat moet nog uitgezocht.'

Burgess ziet de bui al hangen. 'Ik voorspel dat de WHO over een paar maanden zal waarschuwen voor de gevaren van de mobiele telefoon. Iedereen wordt voorzichtig. Ik zie dat achter de schermen gebeuren.'

Van Rongen van de Gezondheidsraad is niet zo somber. Hij vermoedt dat de onzekerheid nog een jaar of vijf duurt. 'Als er dan nog niks is gevonden, dan kunnen we zeggen dat de techniek echt veilig is.'

Copyright: de Volkskrant